Romeo & Truffelsaus: Playboy doet Toscane

Romeo & Truffelsaus: Playboy doet Toscane

  • Home
  • Romeo & Truffelsaus: Playboy doet Toscane

Italianen leven om te eten, de rest van de wereld eet om te leven. Een cliché, dat overigens niet minder waar is. La dolce vita, nog zo eentje. Playboy wilde het zelf wel eens beleven, ging naar Toscane en reed met een klassieke Alfa Romeo langs de fijnste hotels en lekkerste keukens.

Er is maar een stad in de wereld waarvan de naam exact de inhoud verraadt. En dat is niet Calcutta, maar Florence, hoofdstad van Toscane en bakermat van de Renaissance. Schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, literatuur, katholicisme, maar ook lekker eten; alles komt terug in die weelderig welluidende naam. We besluiten er evenwel alleen te landen. We gaan namelijk iets veel leukers doen dan een gezapige citytrip. We gaan rondtoeren door Toscane in een klassieke Alfa Romeo 2600 Spider, de trots van Italie. Tussendoor proppen we ons vol met het lekkerste uit de Toscaanse keuken. Compleet relaxen dus. En dat is best lekker in een leven dat zich voornamelijk vult met deadlines en slopende party’s.

We verblijven in Chianti, een slaperig dorpje in het hart van het gelijknamige wijngebied. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hotel Vescine – ons rustieke onderkomen – een eigen wijnhuis bezit, even verderop in het dorpje. Maar het is nog iets te vroeg voor rode wijn. Rond het middaguur worden we met verve ontvangen door Susanna Biagini, directrice van het familiehotel. Ondanks haar leeftijd, donkerrode lippenstift, verrookte huid, zwart omringde ogen en het kapsei van Zwarte Magica is ze een charmante vertoning. We gaan met haar lunchen. En lunchen in Italie is, net als dineren en ontbijten, een belevenis. Italianen kunnen namelijk alles met eten. Geef ze een fies olijfolie, wat deeg, een paar soorten biologische groente, een stuk ham en je krijgt een tafel met zo’n dertig soorten antipasti. Zo ook voor ons. Krankzinnig lekker. Een gegrilde courgette is hier al een smaaksensatie en bij het innemen van een geolied partje tomaat lijkt het alsof een zwerm engelen ons in de mond piest. En dan hebben we het over de twee minst gecompliceerde antipasti die er tussen liggen. Ook de prosecco ontbreekt niet, nog zoiets lekkers. We sluiten af met de eerste echte espresso in ons leven. Sigaretje erbij, strakblauwe hemel, 27 graden, een schilderachtig uitzicht over het glooiende Toscane. We voelden ons wel eens slechter.

‘TERUGSCHAKELEN LUKT ALLEEN DOOR HEM IN Z’N VRIJ TE ZETTEN EN EEN FERME DOT GAS TE GEVEN.’

Dan is het tijd om kennis te maken met onze Alfa Romeo 2600 Spider. Voor een auto uit, pak ‘m beet, 1950, heeft hij aardig veel power en acceleratievermogen. Maar voor een auto die snel optrekt en hard rijdt, heeft hij bijzonder weinig rem. Praktisch geen rem, zeg maar. Desalniettemin, we wagen het erop. Geen remmen, het glaasje prosecco nog in de slokdarm en slingerende weggetjes door de bergen; het geeft ons een gerust gevoel. In een half uur leren we het wagentje aardig kennen. Terugschakelen lukt alleen door hem even in z’n vrij te zetten en vervolgens een ferme scheut gas te geven. Doe je dat niet, dan gaat zowel je ontspannenheid als je versnellingsbak naar de kloten. Ook het remmen gaat naar behoren, al moeten we niet denken aan een onverwachts remmoment. Evenwel, tijdens het halve uurtje testen hebben we aardig wat vertrouwen opgedaan voor de volgende dag, wanneer we de hele dag in ons bejaarde doch pittige autootje gaan toeren.

Bij terugkomst staat Zwarte Magica ons alweer op te wachten. Met haar zwoele stem verteld ze ons iets in het Italiaans-Engels. Wat ze precies zegt, is niet helemaal duidelijk, maar het woordje vino hebben we er tussenuit gepikt. We gaan wijnproeven in het familie-wijnhuis van hotel Vescine, blijkt later. Doen we niet moeilijk over. Het eeuwenoude bedrijf is meer een museum dan een wijnhuis. De wijn is binnen te houden, maar daar is het ook mee gezegd. Het gaat hier om de ambiance, om het gebouw dat nog in originele staat is, om de familiegeschiedenis. En om eten, want we gaan dineren in het bijbehorende restaurant. Wat we hier meemaken, overtreft onze wildste dromen. Di mama staat voor ons klaar om met haar potige armen de liefde te bedrijven. De liefde voor eten, welteverstaan. En dat is nou net het verschil tussen de Italiaanse keuken en de keukens van de rest van de wereld. In Itali‘ is voedsel ongeveer even heilig als de paus. We proeven het al terug in de rundercarpaccio en de ravioli met spinazie. Klinkt niet heel culinair, zou je zeggen. Klopt, wat we hier eten is een trede hoger dan haute cuisine. Na de ravioli is het tijd voor verse tagliatelle met truffelsaus. Tijdens het opdienen, valt er een eerbiedige stilte. We voelen dat er iets buitengewoons op ons bord ligt. Het ziet er niet anders uit dan de typerend Nederlandse magnetrontagliatelle, maar vanaf de eerste hap rollen de tranen over onze wangen. Dit is de lekkerste pasta ooit, en beter zullen we ‘m nooit meer krijgen. Als we afsluiten met panna cotta – gekookte room – begint het eentonig te worden: dit overtreft al onze verwachtingen. Als we in onze Italiaanse klassieker stappen, is het alweer vroeg in de morgen. Aan de hand van een ‘roadboek’ gaan we de ganse dag rondscheuren door het intrigerende landschap van Toscane. Het roadboek – een beperkte, papieren versie van een TomTom – geeft aan waar we links of rechts moeten. Handig, want bewegwijzering kennen ze hier niet. Het roadboek blijkt echter nogal ingewikkeld; een verkeerde afslag en je bent verdwaald. Tijdens de eerste kilometers zien we dan ook meer papier dan omgeving.

Als we na een uurtje of twee het roadboek onder de knie beginnen te krijgen, durven we onze aandacht te richten op de buitenwereld. Af en toe rijden we door een afgelegen dorpje, waarvan we niet wisten dat dergelijke afgelegen dorpjes nog bestonden. Sinds de Renaissance onaangeraakt, op een enkele pinautomaat na. Overal worden we als helden toegezwaaid. De Alfa Romeo waarin we rijden, blijkt echt de trots van het Italiaanse volk. Voor de rest passeren we berg na berg, elk met een totaal andere begroeiing. Heel eenzaam, maar verre van saai. Na een dag cruisen, hebben we zo’n beetje elk grassprietje van de regio gezien. Tijd voor een hapje bij La Suvera, het meest luxe hotel van de regio, zo niet van Itali‘. Ooit een onderkomen voor Napoleon, tegenwoordig een van de favoriete stekkies van de paus. Er wordt ons een culinaire maaltijd voorgeschoteld van hoog niveau. Nochtans haalt de fazantenborst van deze sterrenkok het niet bij de pasta van di mama.

Volledig ontstresst en drie kilo zwaarder pikken we tijdens onze laatste dag nog een paar uren mee in Sienna, de ‘geheime’ hoofdstad van Toscane. Het kleine zusje van Florence, zeg maar. Geen gebouw is hier jonger dan twee eeuwen, neonreclame komt niet voor, van hectiek is geen sprake, iedereen loopt er stijlvol bij. Zelfs de Cathedrale di Santa Maria Assunta weten we als beroepsatheisten met veel Interesse te bewonderen.
Nu we in Siena zijn, balen we er stiekem toch een beetje van dat we van haar grote broer alleen de luchthaven hebben gezien. Goed, we bezoeken Florence wel als we de zestig gepasseerd zijn. We kwamen hier om la dolce vita aan den lijve te ondervinden. Tijdens onze eerste frikadel speciaal op thuisbodem realiseren we ons dat dit inderdaad alleen in Itali‘ een begrip kan zijn.